Ga naar inhoud

Actueel

De Amsterdamse diamantbewerkers: pioniers van de vakbeweging

22 augustus 2025

In de tweede helft van de negentiende eeuw was Amsterdam het onbetwiste centrum van de wereldwijde diamantindustrie. Duizenden arbeiders waren werkzaam in de slijperijen die verspreid lagen over de Jodenbuurt en de Plantagebuurt. Deze diamantbewerkers zouden uitgroeien tot de pioniers van de georganiseerde vakbeweging in Nederland, een verhaal dat in al zijn facetten wordt gedocumenteerd door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

De diamantindustrie had een bijzonder karakter. In tegenstelling tot veel andere ambachten kende het vak een hoge mate van vakmanschap en een relatief goede beloning, althans in tijden van voorspoed. De briljantsnijders, rozettesnijders en diamantslijpers vormden een hechte gemeenschap, overwegend Joods, met een sterk ontwikkeld besef van onderlinge solidariteit.

Toch waren de arbeidsomstandigheden verre van ideaal. De werkdagen waren lang, de inkomsten onzeker (de diamanthandel kende sterke conjunctuurschommelingen) en de werkgevers bepaalden eenzijdig de voorwaarden. Het was in deze context dat Henri Polak in 1894 de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB) oprichtte.

De ANDB als modelorganisatie

Wat de ANDB onderscheidde van eerdere arbeidersverenigingen was de professionele organisatie. Polak, die als journalist had gewerkt en sterk was beinvloed door de Britse vakbeweging, introduceerde een zakelijke aanpak: vaste contributie, professionele administratie, een eigen weekblad (Het Weekblad van den ANDB) en een weloverwogen strategie voor arbeidsconflicten.

De bond groeide snel. Binnen enkele jaren was het merendeel van de Amsterdamse diamantbewerkers lid. De ANDB behaalde indrukwekkende resultaten: arbeidstijdverkorting, minimumlonen en verbeterde arbeidsomstandigheden. De achturige werkdag, die de diamantbewerkers al in 1911 veroverden, was destijds een unicum in Nederland.

Maar de ambities reikten verder dan lonen en werktijden. Polak was ervan overtuigd dat de emancipatie van arbeiders ook een culturele dimensie had. De bond organiseerde lezingencycli, muziekavonden en bibliotheekvoorzieningen. De bouw van De Burcht in 1900, met zijn kunstzinnige interieur en zijn vergaderzalen die waren gedecoreerd door de beste kunstenaars van die tijd, was het meest zichtbare bewijs van dit streven naar verheffing.

Opkomst en neergang

De bloeiperiode van de Amsterdamse diamantindustrie duurde tot het begin van de twintigste eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog verschoof het centrum van de diamanthandel geleidelijk naar Antwerpen, waar lagere lonen en minder strenge regelgeving de concurrentiepositie gunstiger maakten. Amsterdam verloor stap voor stap zijn dominante positie.

De economische crisis van de jaren dertig trof de sector hard. Veel slijperijen sloten hun deuren. De ANDB, ooit de machtigste vakbond van het land, verloor een groot deel van zijn leden en daarmee van zijn invloed.

De grootste catastrofe volgde tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse diamantbewerkersgemeenschap was overwegend Joods. Tijdens de bezetting werden tweeduizend diamantbewerkers gedeporteerd en vermoord. De gemeenschap die de ANDB had opgebouwd, de cultuur van solidariteit en wederzijdse ondersteuning, werd vrijwel geheel vernietigd. Een herdenkingsplaat in de hal van De Burcht herinnert aan degenen die niet terugkeerden.

Een nalatenschap die voortleeft

Na de oorlog keerde de diamantindustrie niet meer terug naar Amsterdam in haar oude omvang. In 1958 ging de ANDB op in de grotere metaalbewerkersbond ANMB. Het gebouw aan de Henri Polaklaan kreeg wisselende functies, tot het in de jaren negentig onderdak bood aan het Vakbondsmuseum.

De nalatenschap van de diamantbewerkers reikt echter veel verder dan het fysieke gebouw. Het organisatiemodel dat Polak en de ANDB ontwikkelden, werd het voorbeeld voor de gehele Nederlandse vakbeweging. De oprichting van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in 1905, met Polak als eerste voorzitter, was een direct uitvloeisel van het succes van de diamantbewerkersbond. Het NVV groeide uit tot de voorloper van de huidige FNV.

Het archiefmateriaal van de ANDB, waaronder notulen, correspondentie, foto's en persoonlijke documenten van bondsleden, wordt bewaard door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Via publicaties en tentoonstellingen wordt de herinnering aan deze opmerkelijke gemeenschap levend gehouden.